Passende plekken en trajecten

Voor sommige Amsterdammers past het bestaande aanbod aan dagbesteding, re-integratie of welzijnsactiviteiten niet. Op verschillende manieren is er gewerkt aan meer passend aanbod. Dat betekent overigens niet dat er alleen maar nieuwe activiteiten of werkplekken zijn gecreëerd. Er is ook gekeken hoe bestaand aanbod aan buurtactiviteiten of arbeidsplaatsen meer passend kon worden gemaakt.

Extra plekken en trajecten in de sociale basis in de stadsdelen

Extra plekken en trajecten in de sociale basis in de stadsdelen

Aanname bij aanvang van het programma Meedoen Werkt was dat er voor Amsterdammers met een kwetsbaarheid onvoldoende plekken en trajecten binnen het reguliere aanbod aan welzijnsactiviteiten beschikbaar zouden zijn. Er zijn aanvankelijk 1.500 extra plekken en trajecten voor deze groep Amsterdammers gerealiseerd. Dat kan de inzet van extra (professionele) begeleiding van mensen op een reguliere welzijnsactiviteit in de buurt zijn.

Of een schakeltraject tussen een activiteit in het buurthuis en een re-integratietraject. In de loop van het programma zijn sommige trajecten op basis van ervaring aangepast en fijn geslepen, andere trajecten zijn gestopt en sommige trajecten zijn vanwege succes verder uitgerold. In de sociale basis van de gemeente Amsterdam zal in de toekomst extra ruimte blijven voor dit soort schakelplekken en –trajecten.

Participatie-diagnose bij Pantar

Veel mensen zijn ondanks allerlei beperkingen enorm gemotiveerd om aan het werk te gaan. Door middel van diagnosetrajecten bij Pantar is geprobeerd een goed beeld te krijgen van hun wensen en mogelijkheden. Aan het traject van Pantar hebben over de periode van mei 2016 tot juli 2017, 106 Amsterdammers deelgenomen. Daarvan zijn er 11 uitgestroomd naar een betaalde baan, 18 zijn gestart in een re-integratietraject en 17 mensen zijn actief geworden op een WMO-traject of op een andere manier aan de slag gegaan (vrijwiliigerswerk).

Het traject is geëvalueerd. Deelnemers hebben aangegeven dat zij met name het werkgerichte karakter, de veilige omgeving zonder prestatiedruk en beschikbare begeleiding als waardevol hebben ervaren. Pantar en de gemeente (Afdeling Activering) noemden de toegenomen samenwerking in de keten als belangrijke meerwaarde van het traject. Het traject leende zich goed als voorschakeltraject voor onder andere Beschut Werk: het bood ruimte om te onderzoeken of iemand die graag wilde werken dat ook zou kunnen werken en onder welke condities. Deze voorschakelmogelijkheid is in de dienstverleningsovereenkomst tussen Pantar en Werk en Re-integratie opgenomen vanaf 2018.

Participatie-diagnose bij Pantar

Roads werkt

Individual Placement and Support (IPS)

IPS is een werkwijze om mensen met ernstige psychische problematiek naar een reguliere, betaalde baan te begeleiden. Het gaat om mensen die tijdens hun behandeling aangeven aan het werk te willen. Mensen gaan direct aan de slag en worden on the job gecoacht. De jobcoaching is onderdeel van het integrale GGZ-behandelteam.

Van de 172 trajecten die in 2015 zijn gestart, liep 85% bij het einde van het experiment nog. De overige trajecten waren op pauze gezet (tijdelijke terugval) of afgesloten. Negen trajecten waren eind 2017 succesvol afgesloten, dat betekent dat iemand na afsluiting van het IPS traject minimaal 12 uur per week regulier betaald werk heeft. IPS is regulier onderdeel van het re-integratieaanbod van de gemeente geworden.

WMO doorstroomtrajecten

Binnen de WMO-dagbesteding zijn nieuwe plekken gecreëerd om de doorstroom van dagbesteding naar (sociaal) werk makkelijker te maken. Bijvoorbeeld bij Rambler Studios een sociale firma waar jongeren aan de slag kunnen met het ontwerpen en maken van kleding. Of bij Cre8, een winkel en sociale werkplaats in het centrum van Amsterdam waar alles draait om digitaal fabriceren, zoals 3D-printen en lasersnijden.

De WMO doorstroomtrajecten blijven bestaan. Met de inkoopprocedure WMO 2018-2020 is het mogelijk geworden voor aanbieders van dagbesteding om deze trajecten op te nemen in hun reguliere dagbestedingsprogramma.

WMO doorstroomtrajecten

Pilot Woongroepen

Pilot Woongroepen op zoek naar werk of dagbesteding

Op vraag van de Wmo-adviesraad is door de gemeente een pilot gestart voor bewoners van de woongroepen ‘Kraaipan Oase’ en de ‘Evolutie’ voor het bemiddelen naar passend werk of andere passende daginvulling. Veel bewoners hadden geen recente ervaring met dagbesteding of een andere vorm van structurele activiteiten. In de pilot werkten de vaste begeleiders van de bewoners nauw samen met de ‘zorg’ en ‘werk’ medewerkers van de gemeente om tot maatwerkbemiddeling te komen. Een aantal bewoners heeft daardoor passend werk of zinvolle dagbesteding gevonden. Bij andere bewoners is met de pilot extra begeleiding ingezet van o.a. een IPS-coach, Job-coach, dagbesteding en van een financieel specialist om de kans op het vinden van passend werk te vergroten.


Belangrijkste hindernissen

De belangrijkste hindernissen voor het vinden van passende daginvulling of werk: het is moeilijk om overzicht te krijgen van mogelijke routes naar werk en passende dagbesteding.

Voor veel bewoners is het lastig om op voorhand een overzicht op te stellen van financiële gevolgen van het hebben betaald werk en hoe daardoor de bestaande rechten op een uitkering of toeslagen veranderen.


Resultaat van de pilot

Het resultaat van de pilot is dat de gemeente meer inzicht en ondersteuning gaat bieden in de effecten voor mensen als ze gaan werken. Het gaat dan om praktische zaken zoals inzicht in de financiële gevolgen maar bijvoorbeeld ook om begeleiding van stresssituaties als gevolg van werk.

Ook komt er aandacht voor meer variatie in de aard van het aangeboden werk zoals op intellectueel, cognitief en activiteit niveau. De inzet van ervaringsdeskundigheid en het gebruik van ‘good practices’ kunnen daar bij helpen.

Sociaal werkkoepel

Amsterdam is van iedereen

Sociaal werkkoepel

De experimenten van Meedoen Werkt laten zien dat het mogelijk is voor mensen om de stap te maken van arbeidsmatige dagbesteding (zorg) naar (beschut, sociaal) werk, maar dat het niet vanzelf gaat.

De gemeente richtte in 2018 de Sociaal werkkoepel op samen met sociale firma’s, maatschappelijke ondernemers en het bedrijfsleven. Doel is dat mensen met een arbeidsbeperking en/of een grote afstand tot de arbeidsmarkt, passend en duurzaam aan het werk kunnen.

Experimenten

Upcycle

Hoe kan een sociale firma mensen verleiden om vanuit zorg (dagbesteding of begeleid wonen) de stap te maken naar betaald werk? Lees verder ››

Werk is dichter bij dan je denkt

Door het eigen netwerk in te zetten, vinden mensen met een psychische kwetsbaarheid sneller een betaald baan. Lees verder ››

Leren en Participeren in de Community

Dit experiment onderzocht hoe Amsterdammers in een kwetsbare situatie een plek kunnen krijgen in buurtinitiatieven. Een procesbegeleider die samenwerkt met sleutelfiguren in de wijk kan veel bereiken. Lees verder ››

Meer Ondernemen

Netwerken in de buurt gericht op kleinschalige bedrijvigheid (makersnetwerken) bieden mensen een kans om hun talent te ontdekken.

Lees verder ››

Experimenten

Wat hebben we geleerd

  • Voor Amsterdammers is meedoen geen doel op zich. Ertoe doen is waar het om gaat. Voor velen het liefst gewoon in een betaalde baan.
  • De motivatie en de wens van mensen om te werken hebben meer invloed op de kans van slagen dan hun ‘afstand tot de arbeidsmarkt’.
  • Om meer mensen mee te laten doen, is het niet nodig veel extra participatieplekken en -trajecten te creëren. Binnen het bestaande aanbod blijkt veel meer mogelijkheden te zijn als professionals elkaars kennis en kunde bundelen en nauw samenwerken.
  • Obstakels die mensen tegenkomen als ze stappen willen zetten richting (meer) betaald werk zijn niet zozeer gelegen in wet- en regelgeving maar veeleer in het ontbreken van informatie en inzicht bij professionals over alle mogelijkheden. Goede samenwerking tussen professionals leidt in bijna alle onderzochte casuïstiek tot oplossingen.
  • Hetzelfde geldt voor betaald werk. Werk is dichterbij dan je denkt wanneer verschillende netwerken (werkgevers, zorginstellingen, kandidaten, gemeente) mixen en elkaar daardoor beter leren kennen. Er ontstaat meer begrip en bereidheid om vacatures passend te maken op de mens, in plaats van –zoals gebruikelijk is- dat de mens moet passen op de vacature.
  • Work first, werk als medicijn. Het is niet altijd nodig om eerst andere problemen zoals taalachterstand, schulden, of gezondheidsproblemen, op te lossen. Werk geeft mensen zelfvertrouwen waardoor andere problemen makkelijker zijn op te lossen en soms verdwijnen.
  • Bij zorgaanbieders is de aandacht voor doorstroom naar werk geen vanzelfsprekendheid. Er is weinig kennis van de mogelijkheden op het gebied van werk voor mensen in een kwetsbare situatie. Bij aanbieders van werk of re-integratietrajecten is weinig bekend over de arbeidsmatige trajecten in de zorg en over mogelijkheden van mensen in zorg. De werelden komen niet als vanzelf bij elkaar.
  • Door de financieringssystematiek van de gemeente staat het aanbod te veel centraal en niet de behoefte van de specifieke persoon. Maatwerk is daardoor lastig.
  • De (informele) buurinitiatieven zijn een laagdrempelige mogelijkheid voor mensen om stappen te zetten op het gebied van participatie of werk. Ook voor mensen met een licht verstandelijke beperking of psychische problematiek. Mensen voelen zich er burger in plaats van cliënt. Buurtinitiatieven zijn vangnet én springplank voor participatie en een waardevol onderdeel in de participatieketen. Er zijn wel grenzen en randvoorwaarden (stabiliteit, begeleiding, samenwerking met formele instellingen en ondernemers in de buurt).