Mens in beeld

Sommige Amsterdamse bijstandsgerechtigden hebben weinig perspectief op een betaalde baan. Reguliere re-integratie is voor hen een brug te ver. En specialistische ondersteuning vanuit de zorg is soms niet van toepassing of niet in beeld. Vier jaar geleden hadden we onvoldoende scherp hoe het met deze Amsterdammers gaat, of ze meedoen en of ze daar wellicht ondersteuning bij nodig hebben.

Er is op diverse manieren geïnvesteerd om weer een goed en actueel beeld te krijgen van hun situatie en behoeften. Dat ging niet vanzelf. Mensen waren soms lang niet door de gemeente gesproken en er was weinig ondersteuning geboden. Hoe kom je dan weer in contact, bouw je vertrouwen op en kun je perspectief bieden? De gemeente en maatschappelijke organisaties hebben experimenten uitgevoerd om op innovatieve wijze in contact te komen met bijstandsgerechtigden die het vertrouwen in instanties zijn kwijtgeraakt, en hen te motiveren weer mee te doen.

Vitamine A(andacht)

In 2016 is de gemeente experimenteel gestart met Vitamine A(aandacht). Een totaal andere werkwijze met als belangrijkste ingrediënten warme persoonlijke aandacht, zonder dwang, dichtbij de burger. In de nieuwe benadering worden bijstandsgerechtigden die lang niet zijn gesproken eerst gebeld. Daarin wordt uitgelegd dat we ze graag weer eens willen spreken om te horen hoe het met ze gaat.

Verhaal Akosua

“De aandacht die ik krijg van de klantmanager inspireert mij om iets voor een ander te gaan doen”

Tevredenheid van bijstandsgerechtigden over de nieuwe benadering.

Percentage bijstandsgerechtigden met weinig perspectief op betaald werk die actief zijn (geworden).

Zineb: ‘Ik ben heel blij met een klantmanager die mensen een kans geeft. Ramona heeft me echt zo ver gebracht. Zij heeft mij het vertrouwen gegeven dat het goed komt. Daar word ik soms heel emotioneel van. Als je iemand vaak ziet, ben je op de hoogte van alles en wat er gebeurt en dan kan je ook meer betekenen voor die persoon. Mensen hebben iemand nodig die hen echt ondersteunt.’.

Resultaat

Resultaat is een hoge opkomst en een hoge waardering. Ook zien we dat het voeren van gesprekken ‘op locatie’ het makkelijker maakt om mensen vloeiend over te dragen aan de daar eveneens werkzame partners van de Wijkzorgnetwerken.

WerkPlaats Ervaringskennis:
Ervaringskennis over ‘Leven in de bijstand’

In 2018 is in de WerkPlaats Ervaringkennis geëxperimenteerd met de inzet van ervaringskennis over leven in de bijstand. Dit leverde indringende presentaties op van bijstandsgerechtigden over hun ervaringskennis aan een groep medewerkers van de gemeente Amsterdam (WPI). Ook is de kennis vastgelegd in een film en document. Een aantal deelnemers van de WerkPlaats Ervaringskennis leverde in 2018 op informele wijze een bijdrage aan het beleid van WPI door mee te denken over brieven en een vragenlijst die WPI had opgesteld. Binnen WPI werd deze informele participatie van klanten als verfrissend en laagdrempelig ervaren.


Wat is de WerkPlaats Ervaringskennis?

De WerkPlaats Ervaringskennis is een creatieve plek waar individuele ervaringen van bijstandsgerechtigden worden gedeeld en waar in co-creatie collectieve ervaringskennis over leven in de bijstand is ontwikkeld. De WerkPlaats is een platform waarin mensen met ervaringen, facilitators van Windesheim Hogeschool, Centrum voor Cliëntervaringen (VUmc) en medewerkers van WPI samenkomen om te leren over moeilijk zegbare ervaringskennis.


Experimenten

Move Your World

De buurtcommunity als vangnet én springplank voor mensen met afstand tot de samenleving en arbeidsmarkt. Lees verder ››

Bondgenoot

Mensen met een vergelijkbare ervaring leggen contact met Amsterdammers die het vertrouwen in instanties zijn kwijtgeraakt. Vanuit herkenning en erkenning ontstaat vertrouwen en samen kijken ze naar de volgende stap. Lees verder ››

Meer doen in Zuid

Inzetten van peer 2 peer coaches ter vervanging van de begeleiding door een klantmanager van de gemeente. Lees verder ››

Wat hebben we geleerd?

We hebben geleerd dat persoonlijke aandacht, betrokkenheid en nabijheid cruciaal zijn om mensen (weer) mee te laten doen aan de samenleving. Dat het van belang is om te werken vanuit de buurt waar het leven van de Amsterdammer zich afspeelt. En ook, om samen te werken met anderen die het leven van deze Amsterdammers goed begrijpen zoals ervaringsdeskundigen. Door die ingrediënten is er meer gelijkwaardigheid, vertrouwen en bereidheid bij mensen om stappen te gaan zetten.


  1. Persoonlijke aandacht is meest bepalende factor om mensen maatschappelijk mee te laten doen.
  2. Dwang werkt niet, vasthoudendheid wel: blijvende aandacht, mensen in beeld houden en niet los laten.
  3. Door op een locatie in de buurt, dichtbij de burger, af te spreken ontstaat er een meer laagdrempelige, vertrouwde en gelijkwaardige setting.
  4. Ervaringsdeskundigen zijn een belangrijke aanvulling op de dienstverlening van de professional maar geen vervanging. Ervaringsdeskundigen fungeren als schakel tussen de leefwereld van de Amsterdammer en de systeemwereld van de zorg- en dienstverlening.
  5. Amsterdammers blijven langer deelnemen aan activiteiten of trajecten wanneer er sprake is van continuïteit en stabiliteit in de ondersteuning. Factoren als eerlijkheid over het doel van het traject/de ondersteuning en duidelijke afspraken die daadwerkelijk worden nagekomen, spelen daarbij eveneens een rol.
  6. Amsterdammers voelen zich het meest geholpen als direct na de start van een participatietraject er concrete ondersteuning wordt geboden, ook op andere leefgebieden. Zo min mogelijk doorverwijzingen.